NIEUWS / BLOG

‘Een Rondje langs de Velden’: Evelyn Derksen

Een gevarieerd gezelschap met zeer verschillende achtergronden dat een passie voor voedselbossen met elkaar deelt. Zo zou je het bestuur van Stichting Voedselbosbouw kunnen omschrijven. Wie zijn deze ‘voedselbospioniers’? Wat zijn hun drijfveren en hoe geven zij invulling aan hun ambitie om in vijf jaar tijd minstens honderdvijftig hectare voedselbos te realiseren op landbouwgronden? In de rubriek ‘Een rondje langs de velden’ stellen wij hen aan jullie voor. In deze aflevering is het woord aan landschapsontwerper Evelyn Derksen.Voedselbossen zijn een fantastisch middel om de natuurlijke balans in al zijn facetten te herstellen.”


V.l.n.r. Evelyn Derksen, medebestuurslid Fransjan de Waard en vrijwilliger Addy van Dijk - foto: Rebke Klokke


Evelyn Derksen is een eigenzinnige duizendpoot. Eén blik op haar cv leert dat zij zich niet eenvoudig in een hokje laat plaatsen. Zo werkte Evelyn als docent, vormgever, tentoonstellingsmaker en ontwerptekenaar. Als landschapsontwerper runt ze Plantschap, haar ontwerpstudio voor voedselbos, tuin en landschap. Daarnaast geeft ze lezingen over en cursussen in voedselbosbouw en schrijft ze voor Bomenbieb.nl. Sinds 2016 is zij bestuurslid en medeoprichter van Stichting Voedselbosbouw.


Als veertiger koos ze ervoor de ‘knop resoluut om te draaien’ en een studie landschapsarchitectuur te volgen. Toch zat haar voorliefde voor natuur er al veel eerder in, vertelt ze. “Mijn passie voor groen is er altijd geweest. Toen ik in de jaren tachtig aan de lerarenopleiding begon, koos ik ervoor tekenen met geschiedenis te combineren. Later besefte ik dat biologie beter bij mij paste. Samen met het tekenen - dat ik vroeger al aan de keukentafel deed - zijn dat twee passies die ik uiteindelijk in mijn latere werk als landschapsontwerper zou combineren. Dit samenvloeien van tekenen en natuur is mij op het lijf geschreven.”


Het lezen van landschappen

Na de lerarenopleiding besloot Evelyn ook nog Kunst, Cultuur en Educatie te studeren. Dat was middenin de jaren tachtig. In deze crisisjaren was er weinig werk in het onderwijs. In de tussentijd verhuisde Evelyn naar Zeewolde, waar ze opnieuw verschillende ballen in de lucht wist te houden. “Ik moest mijn draai vinden en pakte van alles aan. Ik ging aerobics, teken- en schildercursussen geven en was zelfs vijf jaar regisseur van het cabaret tijdens het jaarlijkse oogstfeest”, lacht ze. “Zeewolde was een echte pioniersgemeenschap: alles moest nog worden opgebouwd en dat biedt veel mogelijkheden als je wat in je mars hebt.” Toen haar twee dochters uit de luiers waren, besloot ze het roer radicaal om te gooien. “Ik was tegen de veertig en ‘het groen’ was al die jaren blijven lonken.” Evelyn besloot om landschapsarchitectuur te studeren. Dat was een belangrijk kantelpunt. “Vanaf de eerste dag keek ik anders naar de wereld. Je leert het landschap lezen en sindsdien wijs ik iedereen die het horen wil voortdurend op mooie bomen of structuren. Dat neem je elke dag met je mee.”


Evelyn Derksen - foto: Marieke Odekerken


Het ‘grijs’ en het ‘groen’

Gaandeweg besefte Evelyn dat haar vakgebied niet zo groen was als ze had gedacht. “Ik zag dat ‘grijs’ steeds vaker ten koste ging van ‘groen’ in de openbare ruimte. Architecten schreven voor hoe dorpen en steden werden ingericht: steeds steniger met het groen slechts als een dun laagje stoffering. De eenvormigheid vierde hoogtij. Veel groen is in de jaren negentig wegbezuinigd en nu zitten we met de erfenis daarvan. Zo wordt door corona extra zichtbaar dat de druk op natuurgebieden enorm groot is. We hebben veel te weinig natuur in Nederland en wat er is, is vaak erg ‘bedacht’. We hebben scherpe scheidslijnen gezet en alles ingekaderd en dat is zó ver doorgevoerd, dat er nauwelijks ruimte overblijft om een beetje aan te klooien”, zegt ze. “De natuur is de basis van ons bestaan. De mens verhoudt zich daartoe als een olifant in de porseleinkast. Als het gaat om biodiversiteit is ons blikveld vaak beperkt tot de zichtbare soorten. Het ondergrondse leven weten we minder te waarderen. Terwijl het bodemleven een cruciale rol speelt in de veerkracht van de natuur. Het zou zoveel beter zijn als we probeerden samen te werken met de natuur.”



Die ‘gulden middenweg’, zoals Evelyn het omschrijft, bieden voedselbossen. “Voedselbossen zijn een fantastisch middel om de natuurlijke balans in al zijn facetten te herstellen: van de beestjes tot de planten, het hele plaatje klopt. Toen ik me na een Masterclass Voedselbossen in 2016 als ‘landschapper’ aansloot bij Stichting Voedselbosbouw vond ik het een verademing dat ik eindelijk iets in elkaar kon zetten met honderd soorten in plaats van drie. Ik dacht: ‘Ja, dit ís het’ en begreep dat dit toekomst had. Want zeg nu zelf: hier kan toch niemand tegen zijn? Alle dubbelfuncties maken dat een voedselbos alleen maar een succes kan worden. Door corona begrijpen gelukkig steeds meer mensen dat we het evenwicht moeten herstellen. Een voedselbos is één van de manieren om dat te doen.”


Schuiven met puzzelstukjes

In haar rol van ‘voedselbosontwerper’ legt Evelyn het accent op het ontwikkelen van natuurversterkende plannen. “Je moet eerst een analyse maken voordat je bomen en struiken gaat planten. Dat betekent dat ik altijd eerst naar het bovenliggende niveau kijk: Waar ligt dat stukje land? Ligt het in verstedelijkt gebied of in de natuur, wat is de bodemgesteldheid en hoe waait de wind? Dat is best een complexe puzzel. Je begint met al die puzzelstukjes te schuiven: met planten, hoogtes en indelingen”, legt ze uit. “Wel denk ik vaak in herkenbare structuren, zoals paden waarmee mensen hun weg kunnen vinden. Of landschappelijke elementen als hagen, om perspectief te bieden in de vorm van herkenbare randen. Als het om een openbaar project gaat, stop je er meer van zulke elementen in. Je maakt een veldje groter, legt een poel aan en zorgt voor een grotere variëteit aan soorten. Dat verschilt sterk van een agrarisch project, waar sprake is van minder soorten, eenvoudiger structuren en meer oogstbare gewassen.”


Voedselbossen winnen terrein

Sinds de oprichting van de stichting hebben voedselbossen hun bestaansrecht verdiend. “Voedselbossen zijn een enorme magneet voor mensen die lekker naar buiten willen en terug naar de basis, de aarde. Er worden inmiddels twintig voedselbossen aangeplant en veertig projecten staan in de wacht. Het tempo waarmee dit gaat, is waanzinnig.” Als het aan Evelyn ligt, kunnen grote projecten - zoals Voedselbos Eemvallei en Voedselbos Schijndel - niet zonder de optelsom van kleinere projecten bestaan. “Groot is belangrijk, maar kan niet zonder klein bestaan. Dit kan elkaar alleen maar versterken. We zijn goed op weg met de kleine voedselbosschaal; zulke projecten zijn eenvoudig te bemensen en zichtbaar voor burgers. De traditionele landbouw en het boerenbedrijf zijn te ver verwijderd geraakt van de mensen, dat mag met de voedselbossen niet gebeuren.”

Uitgelicht
Recent
Search By Tags
Er zijn nog geen tags.
Stichting voedselbosbouw Nederland